Ik sta in de rij bij de Hema. De caissière staat met een man voor haar over ditjes en datjes te praten en vraagt aan haar collega of ze mij even kan helpen. ‘Die meneer?’, zegt de collega, mij aankijkend. De caissière kijkt naar de man voor haar en zegt: ‘Nee, daarachter.’ ‘O,… dat’, zegt de collega en helpt mij.
O nee, ik ben geëvolueerd tot een ‘dat’!
Met mijn één meter tweeëntachtig, vaak spijkerbroeken en voorliefde voor skateschoenen ben ik voor de buitenwereld vaak een jongen. Ondanks mijn halflange haar. Ondanks mijn lange nagels. Ondanks mijn zwak voor roze kleding. Ondanks dat zelfs mijn fiets roze is met dito gekleurde grote mand voorop. Ondanks dat mijn vrienden ècht niet snappen dat dit vaak gebeurt. Ondanks mijn übervrouwelijke innerlijk inclusief het feit dat de tranen al in mijn ogen springen als ik de naam Robert ten Brink alleen maar léés.
Vorige week stonden er een paar kinderen voor mijn supermarkt: ‘Meneer, wilt u zaadjes kopen?’ Kinderen zijn leuk en maken iets zachts in me los. Normaal zou ik direct bij ze neerknielen en alles van ze kopen. En dan geld toegeven! Behalve dan als ze me meneer noemen. Ik schreeuwde ‘Nee!’ en ‘Flikker op met je zaadjes!’ Oké, dat laatste alleen in gedachten, maar toch vlogen ze verschrikt op en riepen om hun moeder.
De dag erna was ik in de apotheek aan het rond kijken. ‘Kan ik u helpen meneer?’, vroeg de vrouw achter de balie. Ik zei niets. En dus vroeg ze het nog drie keer. En zweeg ik nog drie keer. Uiteindelijk besloot ze om naar me toe te lopen en met nadruk te vragen: ‘Meneer!! Kan ik u helpen?’
Toen ik antwoordde en ze mijn ongetwijfeld supervrouwelijke stem hoorde, verontschuldigde ze zich met een: ‘O ja, tegenwoordig… eh…’
Wat tegenwoordig? Tegenwoordig hebben mannen ook lang haar en lange nagels? Tegenwoordig dragen mannen ook roze? Tegenwoordig is er niet zoveel verschil meer tussen mannen en vrouwen? Tegenwoordig puntje puntje puntje duurt al twintig jaar!
Of het nou komt omdat ik pot ben en daarom wellicht wat jongensachtiger trekken heb, misschien door het feit dat mijn wenkbrauwen niet zijn geëpileerd en ik er dus niet uitzie alsof ik chronisch verbaasd ben, misschien door mijn kledingkeuze, mijn onelegante tred, mijn brede schouders, mijn lengte, mijn afwijkende schoenmaat, misschien door teveel testosteron in het lichaam van mijn moeder tijdens de zwangerschap, de slechte ogen van de overbevolking, de bekrompenheid van de wereld, het feit dat er alleen maar aan te kruizen valt of je in het hokje ‘man’ of ‘vrouw’ past en niet in ‘overig’ of omdat ik ook nog op typische heterovrouwen val, zeg het maar, ik weet het niet!
Uit het toilet komend bij de bibliotheek: ‘De herentoiletten zijn hiernaast hoor, maar voor deze ene keer mag het wel.’ AAARGH!
Thuis bedenk ik duizend dingen die ik kan zeggen of doen op zo’n moment. ‘Bedankt, als ik een leuke gozer tegenkom zal ik het hem zeggen!’ Rondkijken om te zien tegen wie ze het heeft. Haar aanstaren zonder iets te zeggen en wachten totdat ze bedenkt dat ik misschien ook wellicht een vrouw kan zijn. Tegen haar ‘meneer’ zeggen. Zorgen dat ze zich bijzonder kut zal gaan voelen wegens haar kortzichtigheid.
Maar hoewel ik me al jaren voorbereid op nieuwe meneermomenten, op het moment suprême kan ik alleen maar uit mijn vel springen en er in gedachten als een gozer aan de anabolen op los beuken.
En dus heb ik een rokje gekocht. Een hele leuke. Een vrolijke. Met bloemetjes. Zo eentje waarbij je direct zal zeggen: ‘aaaah lief!’. Een die mij direct ‘schattig’ zal maken. Ik heb er een legging bij gekocht zodat mijn knokige knieën onzichtbaar zijn en samen met mijn laarzen moét dit vrouwelijk zijn. Ik heb me laten adviseren door mijn meisjesachtige zus en mijn typisch vrouwelijk uitziende vriendinnetjes. Ik heb mijn haar extra laten krullen en iets laten groeien. Mascara op. Benen over elkaar en niet meer de enkel op de knie. Ik ben een meisje! Kan niet missen!
Toch bekruipt me een vaag voorgevoel dat ik me moet voorbereiden op het moment dat een kind gaat roepen: ‘Kijk mama, een travestiet!’
heidi







